1 ‘Een leven van liefde en lofzang’
(voor algemeen gebruik)
U komt onze dank toe,
HEER onze God,
overal en altijd,
door Jezus, onze Heer.
Want Gij hebt ons geschapen
tot een leven van liefde en lofzang,
en toen wij U loslieten,
hebt Gij ons vastgehouden
en ons teruggeroepen
van een doodlopende weg.
Gij hebt ons bevrijd
uit de macht van donker en dood
en ons uitzicht gegeven
op een toekomst van licht:
vrijheid, vrede, vreugde,
voor al uw geliefde mensen.
Daarom, HEER onze God,
scharen wij ons
bij allen die u belijden
als de God van hun leven
en zingen wij U toe
ons lied van lof en liefde:
Heilig, heilig, heilig,
HEER God van alle machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam van de HEER.
Hosanna in de hoge.
Gezegend zijt Gij, God onze Vader,
en gezegend is Jezus die komt in uw Naam.
Want Hij is tot het uiterste gegaan
om ons voor U te behouden,
Hij heeft voor ons uit
de doortocht gemaakt
door de engte van de dood
naar de ruimte van het leven.
Zo is Hij onze herder,
de hoeder van zijn volk.
Laat uw Geest zijn woorden vervullen,
nu wij doen wat Hij ons opdroeg:
Hij heeft in de nacht van de overlevering
het brood genomen,
daar de dankzegging over uitgesproken,
het gebroken en aan zijn discipelen gegeven,
en gezegd:
Neemt en eet,
dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt,
doet dit tot mijn gedachtenis.
Zo heeft Hij ook de beker genomen,
daar de dankzegging over uitgesproken,
hem rondgegeven
en gezegd:
Drinkt allen daaruit,
deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor velen vergoten wordt
tot vergeving van zonden.
Doet dit, zo dikwijls gij die drinkt,
tot mijn gedachtenis.
Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.
Maranatha.
Bijeen tot zijn gedachtenis
komen wij tot U, o God,
met dit brood en deze beker
en wij bidden U:
gedenk het offer van de Zoon van uw liefde
en aanvaard ons offer van lof en dank.
Zend uw Geest op ons neer,
de Geest die levend maakt,
en herschep ons tot mensen
die uw Zoon laten voorgaan
en niet ophouden
U te belijden en elkaar te behoeden,
de ogen gericht op uw Rijk dat komt.
Gedenk dan .....
en voeg ons samen met allen
die ons zijn voorgegaan,
met wie ons lief waren
en die we moesten verliezen .....,
met de heiligen van naam
en de ontelbare vergetenen,
heel uw mensenvolk,
genodigd aan uw maaltijd.
Gezegend zij uw Naam,
God onze God,
in goede en in kwade dagen,
voor altijd en eeuwig,
door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
Hierna volgt het Gebed des Heren (bladzijde 169-170)