41 ‘Wij zegenen uw Naam’
Bij deze versie van het eucharistisch gebed volstaat men na de beurtspraak en prefatie met het Sanctus; het Benedictus komt hier ná de inzettingswoorden van de Heer.Zie voor de prefatie de 15 teksten bij Tafelgebed 21.
O HEER God, heilige Vader,
wij zegenen uw Naam
vanwege de ganse schepping.
Neem aan, zo bidden wij,
gaven uit onze handen,
want het is alles van U,
en zend, o eeuwige Koning,
uw Geest die levend maakt
op de vrucht van de aarde
zodat wij eten en drinken
het lichaam en bloed van uw Zoon,
in eeuwigheid geprezen!
O HEER, kom ons te hulp!
De gedaante der wereld gaat voorbij.
O God, maak Gij ons levend
en heilig uw Naam.
Dank zij de God van David
door Jezus, zijn dienaar,
die in dezelfde nacht
dat Hij is overgeleverd,
brood nam, God zegende, het brak
en zeide:
Dit is mijn lichaam voor u.
Doet dit tot mijn gedachtenis.
En evenzo na het Avondmaal,
als Hij de beker had genomen en gedankt had:
Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed.
Doet dit zo dikwijls gij die drinkt
tot mijn gedachtenis.
Want zo dikwijls gij dit brood eet
en deze beker drinkt,
verkondigt gij de dood van onze Heer
totdat Hij komt.
Maranatha!
Amen.
Gezegend Hij die komt
in de Naam van de HEER!
Hosanna de Zoon van David!
Men geeft elkaar de hand in een kring om de Tafel heen en bidt het Onze Vader (bladzijde 169-170).