18 ‘Met heel uw gemeente’
(‘groene’ zondagen)
De HEER zij met u.
Zijn Geest in ons midden.
Heft uw harten omhoog.
Wij heffen ons hart op tot God.
Brengen wij dank aan de HEER, onze God.
Hij is het waard onze dank te ontvangen.
Ja, met recht en met reden, o God,
spreken wij onze lofzegging uit,
hier en nu, overal en altijd,
want ‘Ik zal er zijn’ is uw Naam,
in hemel en op aarde, uw belofte
voor heel ons bedreigde bestaan.
Gij hield al zo veel van ons,
toen wij nog niet wisten van U;
Gij had ons al antwoord gegeven,
nog voor wij tot U riepen;
Gij hebt ons gezocht en gevonden,
telkens als wij U hadden verlaten.
Zo blijft Gij in barmhartigheid
ons leven behoeden en dragen,
totdat het voltooid zal zijn bij U,
in uw licht voor eeuwig geborgen.
Daarom stemmen wij af op het lied
van alle hemelse machten,
als wij ons voegen in het koor
van allen die uw Naam belijden
en uw beloften bezingen:
Heilig, heilig, heilig,
o HEER van alle machten,
hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge!
Gezegend Hij die komt in de Naam van de HEER!
Hosanna in de hoge!
Ja, gezegend is Jezus, die met zijn komst
ons leven met uw Naam heeft verbonden
en met al wat daarin besloten ligt
aan mededogen, liefde en genade;
die ons uw vriendelijk aangezicht
van nabij heeft op doen lichten;
die ons verward, verloren bestaan
met U ten volle heeft verzoend;
die in zijn ontferming ons
ten einde toe heeft liefgehad;
die op de avond voor zijn dood
zijn liefde voor ons heeft bezegeld
met de tekenen van deze gaven,
toen Hij een brood nam,
de dankzegging daarover uitsprak,
het brak en aan de zijnen gaf
met de woorden:
Dit is mijn lichaam voor u;
doet dit tot mijn gedachtenis!
Ook toen Hij na de maaltijd de beker nam,
de dankzegging daarover uitsprak,
en die aan de zijnen gaf
met de woorden:
Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed;
doet dit, zo dikwijls ge die drinkt, tot mijn gedachtenis!
[Acclamatie]
Zo gedenken wij dan, grote God,
het geheim van de Gekruisigde,
Jezus Christus, de Rechtvaardige,
die Gij uit de dood hebt opgewekt.
Zend nu, bidden wij, uw heilige Geest
over dit brood, over deze wijn,
en over ons die deze tekenen ontvangen
om daarin onszelf aan U op te dragen.
Mogen het lichaam en bloed van Christus
voor ons worden tot leven dat niet vergaat
en ons verenigen met Hem en met elkaar, voorgoed.
Samen met alle nu levenden
die wij aan U opdragen:
hen met wie wij vreugde beleven
en hen over wie wij zorgen hebben .....,
samen ook, lieve God, met onze doden,
die wij uit handen hebben moeten geven
en die wij voor U en elkaar gedenken .....,
en samen met alle geloofsgetuigen,
die onze gidsen zijn geweest
op weg naar het land van belofte .....,
zo, verenigd met heel uw gemeente,
al de uwen, in hemel en op aarde,
loven wij, God van liefde, uw Naam,
zegenen wij, God van genade, uw glorie,
en prijzen wij, God van belofte, uw trouw –
door Hem en met Hem en in Hem,
Jezus Christus, onze Heer,
die ons bijeen zal brengen in uw Rijk
waar wij om bidden met de woorden:
Onze Vader ...
Hier volgt het Gebed des Heren (bladzijde 169-170)