3 ‘Geboren is een nieuwe dag’
(Kerst en Epifanie)
U komt onze dank toe,
HEER onze God,
overal en altijd,
door Jezus, onze Heer.
Want geboren is een nieuwe dag,
uw toekomst is begonnen.
Toen het nog aardedonker was,
aanschouwden wij het levenslicht:
de hemel ging voor ons open,
uw heil kwam binnen handbereik,
Gij zelf werd onze naaste
en onze vrede werd uw eer.
Daarom, HEER onze God,
verheffen wij onze stem
om samen met engelen en aartsengelen,
met herders en wijzen,
met de vrouwen en mannen
die uw licht ontdekten
als hun levenslicht,
U van ganser harte
de lofzang toe te zingen:
Heilig, heilig, heilig,
HEER God van alle machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam van de HEER.
Hosanna in de hoge.
Gezegend zijt Gij, God onze Vader,
en gezegend is Jezus die komt in uw Naam.
Want Hij is verschenen in onze nacht
als een blinkende morgenster,
een stralend licht
dat niets of niemand doven kan
en dat reikt tot in de diepste duisternis.
Laat uw Geest zijn woorden vervullen,
nu wij doen wat Hij ons opdroeg:
Hij heeft in de nacht van de overlevering
het brood genomen,
daar de dankzegging over uitgesproken,
het gebroken en aan zijn discipelen gegeven,
en gezegd:
Neemt en eet,
dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt,
doet dit tot mijn gedachtenis.
Zo heeft Hij ook de beker genomen,
daar de dankzegging over uitgesproken,
hem rondgegeven
en gezegd:
Drinkt allen daaruit,
deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor velen vergoten wordt
tot vergeving van zonden.
Doet dit, zo dikwijls gij die drinkt,
tot mijn gedachtenis.
Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.
Maranatha.
Bijeen tot zijn gedachtenis
komen wij tot U, o God,
met dit brood en deze beker
en wij bidden U:
gedenk het offer van de Zoon van uw liefde
en aanvaard ons offer van lof en dank.
Zend uw Geest in ons midden
en versterk in ons allen
de hoop en de liefde,
dat wij licht kunnen brengen
waar duisternis heerst,
en vooruit durven lopen
op de grote toekomst
waarin het eindelijk waar zal zijn:
vrede op aarde,
en wij U zullen eren
met allen die wij voor uw aangezicht gedenken .....,
met allen die ons zijn voorgegaan,
met wie ons lief waren
en die we moesten verliezen .....,
met de heiligen van naam
en de ontelbare vergetenen,
heel uw mensenvolk,
genodigd aan uw maaltijd.
Gezegend zijt Gij, onze God,
die is en die was en die komt,
gezegend hier en nu
en tot in lengte van dagen,
door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
Hierna volgt het Gebed des Heren (bladzijde 169-170)