40 ‘Wij zegenen U, Vader’
Wij zegenen U, Vader,
vanwege de heilige wijnstok David, uw knecht,
waaraan Gij ons deel hebt gegeven door Jezus, uw dienaar.
U zij de heerlijkheid in alle eeuwen!
Wij zegenen U, Vader,
vanwege het leven en de kennis,
waaraan Gij ons deel hebt gegeven door Jezus, uw dienaar.
U zij de heerlijkheid in alle eeuwen!
Zoals dit brood, dat wij breken,
verstrooid was over de bergen
en werd samengebracht, en één is geworden,
breng zo uw gemeente bijeen in uw rijk,
van de einden der aarde.
Want U is de heerlijkheid en de kracht
door Jezus Messias,
in alle eeuwen der eeuwen!
Wij zegenen U, Vader, om uw heilige Naam,
waarvoor Gij woning hebt gemaakt in onze harten;
om de kennis, het geloof en de onsterfelijkheid,
waaraan Gij ons deel hebt gegeven door Jezus, uw dienaar.
U zij de heerlijkheid in alle eeuwen!
Gij, heerser over alle dingen,
alles hebt Gij gemaakt terwille van uw Naam.
Spijs en drank hebt Gij gegeven aan de mensenkinderen,
zodat zij ópleven en U danken;
maar ons hebt Gij gegeven
spijs en drank naar de mate van uw Geest,
tot eeuwig leven door Jezus, uw dienaar.
Vóór alles zeggen wij U dank,
want groot zijt Gij in vermogen.
U zij de heerlijkheid in alle eeuwen!
Wees, HEER, uw gemeente indachtig,
onttrek haar aan het kwaad,
voleindig haar in liefde.
Breng wie Gij geheiligd hebt
bijeen van de einden der aarde
in uw Rijk dat Gij bereid hebt.
Want U is de kracht en de heerlijkheid
in alle eeuwen der eeuwen.
Laat komen uw genade,
deze wereld ga voorbij.
Hosanna de God van David!
Maranatha!
Amen.
Liturgische Gezangen 92
Hierna volgt het Gebed des Heren (bladzijde 169-170)