7 ‘Omdat Gij liefde zijt’
(Herfsttijd I)
U komt onze dank toe,
HEER onze God,
om alles wat Gij voor ons zijt,
een Schepper, een Bevrijder,
HEER boven alle machten,
Herder van mensen,
Vader en Moeder tegelijk,
ons Licht en ons Leven,
namen honderd-uit.
U komt onze dank toe
omdat Gij Liefde zijt:
een God die ons geen lot oplegt,
maar onze lotgevallen deelt,
die ons falen vergeeft
en onze feilen draagt,
die zich ons lijden aantrekt
en zich verheugt in onze vreugden.
Zo hebt Gij U bewezen
en zo vertrouwen wij op U,
ook als uw aangezicht verborgen is,
uw stem niet wordt gehoord
en uw arm te kort schijnt
om ons te helpen.
En met allen die uw Naam hoog houden
in lief en leed,
in leven en sterven,
spreken wij ons voor U uit
en zingen wij U toe:
Heilig, heilig, heilig,
HEER God van alle machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam van de HEER.
Hosanna in de hoge.
U komt onze dank toe,
HEER onze God,
om Jezus uw Zoon:
Hij is het Woord
dat ons uw liefde verklaart,
Hij is in levenden lijve
uw ontferming, vergeving, genezing,
Hij geeft ons een teken
van wat liefde mag heten,
want Hij heeft in de nacht van de overlevering
het brood genomen,
daar de dankzegging over uitgesproken,
het gebroken en aan zijn discipelen gegeven,
en gezegd:
Neemt en eet,
dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt,
doet dit tot mijn gedachtenis.
Zo heeft Hij ook de beker genomen,
daar de dankzegging over uitgesproken,
hem rondgegeven
en gezegd:
Drinkt allen daaruit,
deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor velen vergoten wordt
tot vergeving van zonden.
Doet dit, zo dikwijls gij die drinkt,
tot mijn gedachtenis.
Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.
Maranatha.
Bijeen tot zijn gedachtenis
komen wij tot U, o God,
met dit brood en deze beker
en wij bidden U:
gedenk Hem die zich voor ons heeft opgeofferd
en aanvaard het teken van onze toewijding.
Laat zijn Geest ons bezielen,
de Geest van uw liefde,
dat wij elkaar nabij zijn
en staande houden
als een levend bewijs
dat liefde bestaan kan,
dat hoop doet leven
en dat geloof niet uitgestorven is.
Zo houden wij uw Naam hoog,
zo zijn wij U van dienst,
zo danken wij U, o God,
omdat Gij liefde zijt,
door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
Hierna volgt het Gebed des Heren (bladzijde 169-170)