5 ‘De zee hebt Gij bedwongen’
(Paastijd)
U komt onze dank toe,
HEER onze God,
overal en altijd,
door Jezus, onze Heer.
Want Gij hebt ons uw Naam genoemd
en uw hart getoond.
De zee hebt Gij bedwongen
en het morgenlicht ontboden.
Uw machtige arm
zal de tirannie terneer slaan
en behoedzaam oprichten
wie gebogen gaan.
Alle tranen zult Gij drogen
en wij zullen lachen en juichen.
Uw Naam is Bondgenoot,
uw Naam is Mensenredder.
Daarom, HEER onze God,
verheffen wij onze stem
om samen met al uw mensen,
allen die lijden en strijden
en allen die door U zijn opgericht,
heel het volk van uw liefde,
U van ganser harte
de lofzang toe te zingen:
Heilig, heilig, heilig,
HEER God van alle machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam van de HEER.
Hosanna in de hoge.
Gezegend zijt Gij, God onze Vader,
en gezegend is Jezus die komt in uw Naam.
Want Hij die ten onder ging
aan mensen als wij,
en die verdronken is
in de diepte van de dood, –
als een licht is Hij ons opgegaan,
het levenslicht voor allen
die ten dode opgeschreven zijn.
Laat uw Geest zijn woorden vervullen
nu wij doen wat Hij ons opdroeg:
Hij heeft in de nacht van de overlevering
het brood genomen,
daar de dankzegging over uitgesproken,
het gebroken en aan zijn discipelen gegeven,
en gezegd:
Neemt en eet,
dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt,
doet dit tot mijn gedachtenis.
Zo heeft Hij ook de beker genomen,
daar de dankzegging over uitgesproken,
hem rondgegeven
en gezegd:
Drinkt allen daaruit,
deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor velen vergoten wordt
tot vergeving van zonden.
Doet dit, zo dikwijls gij die drinkt,
tot mijn gedachtenis.
Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.
Maranatha.
Bijeen tot zijn gedachtenis
komen wij tot U, o God,
met dit brood en deze beker
en wij bidden U:
gedenk het offer van de Zoon van uw liefde
en aanvaard ons offer van lof en dank.
Kom met uw Geest in ons midden
en beadem ons bestaan,
dat wij als opgewekte mensen
uw liefde delen,
uw waarheid spreken,
uw recht en vrede behartigen,
en zo uw naam eren
met allen die wij voor uw aangezicht gedenken .....,
met allen die ons zijn voorgegaan,
met wie ons lief waren
en die we moesten verliezen .....,
met de heiligen van naam
en de ontelbare vergetenen,
heel uw mensenvolk,
genodigd aan uw maaltijd.
Gezegend zij uw Naam,
God van ons leven,
hier en nu
en tot in lengte van dagen,
door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
Hierna volgt het Gebed des Heren (bladzijde 169-170)