21 ‘O Heer God, heilige Vader’
21 ‘O Heer God, heilige Vader’
De HEER zal bij u zijn!
De HEER zal u bewaren.
Verheft uw harten!
Wij hebben ons hart bij de HEER.
Laten wij danken onze God!
Het past ons de HEER te danken.
Ja waarlijk, het past ons, o HEER,
het is onze plicht en zaligheid
U dank te brengen, overal en altijd ...
(1) als wij het Pascha tegemoet gaan uit de verte:
... heilige Vader,
omdat Gij ons geroepen hebt
tot het geheim
van uw barmhartigheid,
van uw geduld
en van uw scheppende liefde.
In heel uw kerk
wordt Gij geprezen nu
en alle dagen dat
de zon opgaat
over de mensen,
goed en kwaad.
Daarom, ook wij
willen U loven
samen met allen
die ons zijn voorgegaan
en samen met
zovelen om ons heen,
en daarom zingen wij
de lofzang die van eeuwigheid
hemel en aarde verbindt:
(2) in de laatste weken voor het Pascha:
... heilige Vader,
in het bijzonder nu
wij voor het Pascha staan,
uw grote geheim
van dood en vruchtbaarheid.
Wat Gij aan Abraham
hebt aangezegd,
aan Israël bevestigd,
van Mozes’ dagen af
tot nu toe doorgegeven,
wat in de volheid van de tijd
door Jezus is voldongen,
toen Hij is opgegaan
naar de paasstad Jeruzalem, –
dat alles brengen wij
hier aan de Tafel
om zijnentwil
weer in gedachtenis,
en daarom zingen wij
met al de engelen
en met uw volk
in hemel en op aarde:
(3) met Pasen:
... heilige Vader,
door Christus, onze Heer,
in deze dagen bijzonder,
nu ons paaslam geslacht is,
want Hij is het ware lam
dat wegdraagt de zonden der wereld,
dat onze dood
door zijn dood heeft ontzenuwd
en ons leven hersteld
door zijn verrijzenis;
en daarom zingen wij
met engelen en heiligen
en alle vurige geesten
uit naam van al wat adem heeft
met hart en ziel
het loflied van uw heerlijkheid:
(4) in de tijd van Pasen:
... heilige Vader,
door uw Zoon, de Gezalfde,
die het menselijk leven heeft geheeld
en ons de vrijheid heeft gegeven,
want het hout van zijn dood
werd de boom van ons leven,
wij die Hem kruisigden,
zijn door Hem overwonnen,
de sterren van ons lot
berusten in zijn hand
en de krachten der wereld
staan tot zijn dienst.
Zo wordt Hij verheerlijkt,
voor ons nog heimelijk,
in de hemel,
maar wij heffen de adem op
om zijnentwil
en zingen op aarde:
(5) in de tijd van Hemelvaart en Pinksteren:
... Koning der wereld,
door uw knecht, de rechtvaardige,
de man van Pasen.
Tot heer en meester hebt Ge Hem gemaakt,
een mens boven de machten.
Zijn ondergang hebt Ge omgekeerd
en tot een opgang gemaakt.
Zijn weigering om te geloven
in onze hoogdravende goden
hebt Ge bekroond met heerlijkheid.
Gij hebt onze broeder Jezus
door de Jordaan geleid
tot in het hart
van het beloofde land,
Hem opgetrokken in het paradijs.
En ons hebt Gij
zijn gedachtenis toevertrouwd
om bij te leven
en met Hem samen één
lichaam te zijn,
geroepen en geschapen door het woord
dat als brood om te nuttigen
in onze handen ligt.
Daarom strekken wij de hand uit
naar elkaar
en heffen onze ziel op
waar ons hart is,
bij U, onze HEER,
en zingen met al
uw heiligen en engelen:
(6) op het pinksterfeest, vanouds het wekenfeest:
... o Vader van ons levenslicht,
uw Geest gaat door
de wereld heen,
uw adem vernieuwt
het aangezicht der aarde!
Daarom loven wij U
en vieren feest,
zoals uw volk
het ons heeft voorgedaan,
uw volk dat ons
heeft leren zingen
ter ere van uw heiligheid:
(7) op het pinksterfeest:
... heilige Vader,
om uw Geest die de wereld
geschapen heeft,
die ons leert onderscheiden
wat licht en duister is,
die ons opnieuw bemoedigt
met tekenen van leven,
beloften van
een nieuwe aarde.
Ja, geloofd zij uw Naam
om de adem die bidt
in onze zuchten
en die ons doet roepen
uit de benauwdheid,
de adem die alles
wat ademt bezielt
om U te loven.
Daarom, met al
uw dienende geesten,
uw engelen en koren,
psalmdichters en profeten,
met heel de Schrift
in alle talen
zingen wij samen:
(8) op de zondagen na het pinksterfeest:
... heilige Vader,
omdat uw Geest
de wereld heeft geschapen
en ons leert onderscheiden
wat licht en duister is
en ons op reis bemoedigt
met tekenen van leven,
beloften van
een nieuwe aarde.
Ja, geloofd zij uw Naam
om de adem die bidt
in de verzuchtingen
van uw gemeente,
de adem die alles bezielt
om U te loven.
Daarom, met al uw engelen,
uw zangers en profeten,
het volk van vader Abraham
en allen die gedoopt zijn
om Jezus’ wil,
bidden en zingen wij
de lofzang uit de tempel:
(9) omstreeks Rosj Hasjana, joods nieuwjaar:
... Koning van de wereld,
en uw Naam uit te roepen,
Vader van Israël,
want Gij hebt geschapen
hemel en aarde,
Gij hebt ons geroepen
tot uw wonderbaar licht.
Daarom, met al
uw dienaars, onze vaderen,
met Abraham die
uw Naam aangreep,
Jakob die worstelde
om de zegen,
met Mozes die
uw aangezicht gezien heeft,
David die ons
uw lof heeft leren zingen,
met engelen en profeten,
rabbijnen en apostelen,
en al wie U zijn toegedaan,
heffen wij onze stem
en zingen als in de tempel:
(10) omstreeks Jom Kippoer, Grote Verzoendag:
... onze Vader,
omdat Gij ons niet doet vergaan,
maar leven laat in vrede,
omdat Gij onze ondergang
niet wilt en onze dood niet,
maar dat wij ons
bekeren tot
uw leer en uw beloften.
Gij weet dat wij aarde
tot aarde zijn
en Gij doet onze zonden
zover van ons vandaan
als ondergang
verwijderd is van opgang.
Daarom, o onze HEER,
met allen die
in uw verzoening delen
en hopen op
de Opgang uit de hoogte,
prijzen wij U,
de Bondgenoot
van Abraham en Izaak en Jakob,
zingende als de engelen
die zingen in uw tempel:
(11) omstreeks Soekkot en Simchat Thora,
Loofhuttenfeest en Vreugde om de leer:
... onze Vader,
want Gij hebt uw pelgrims
voortgeleid door de woestijn
en Gij hebt ons
geroepen tot
uw grote vreugde.
Gij hebt de heilige
tora geplant
in ons bestaan
als een boom van het leven.
Gij hebt van aanbegin
geroepen: licht!
en Gij hebt de aarde
getoond aan de einder,
een land om in te wonen.
Daarom, met Mozes mee
die uw gemeente voorging,
en Jozua
die de Jordaan is doorgegaan
om de belofte te verzekeren,
met al uw zangers en profeten,
uw engelen en mensen,
die dienaars om uw troon,
heffen wij onze stem
en zingen de lofzang:
(12) met Kerstmis:
... Koning der wereld
en Vader van alle lichten,
want Gij hebt hemel
en aarde gemaakt
en Gij hebt ons geroepen
tot uw wonderbaar licht
dat in de nacht
verschenen is
om alle mensen te verlichten,
dat in de wereld is gekomen
als tot zijn eigendom,
dat ons door zijn geboorte maakt
tot erven van uw toekomst.
Uw zeggenschap erkennen wij,
uw naam en uw genade.
In vlees en bloed
is het gebeurd,
met hart en ziel
is het geboren,
uw Woord van voor
dat iets bestond.
Daarom, met al wat U aanbidt,
met engelen en herders
en met de jonkvrouw Sion mee,
heffen wij onze adem op
en zingen:
(13) met Epifanie:
... Koning der wereld
en Vader van alle lichten,
want Gij hebt hemel
en aarde gemaakt
en Gij hebt ons geroepen
tot uw wonderbaar licht
dat in de nacht
verschenen is
om alle mensen te verlichten,
dat in de wereld is gekomen
als tot zijn eigendom,
dat ons door zijn geboorte maakt
tot erven van uw toekomst.
Uw zeggenschap erkennen wij,
uw naam en uw genade.
Een ster is opgegaan,
een nieuwe majesteit,
de morgenster
van uw opdagend heil.
Daarom, met al wat U aanbidt,
met koningen en wijzen,
met herders en apostelen
en met de jonkvrouw Sion mee,
heffen wij onze eerbied aan
en zingen:
(14) in de tijd van Epifanie:
... o Heilige, onze Vader,
die koning zijt
van den beginne aan
en tot in alle eeuwen.
Wanneer uw heerlijkheid verschijnt,
zult Gij de gedaante
van alle dingen
veranderen en ons,
uw dienaars,
die stervelingen zijn,
aarde tot aarde,
rechtvaardigen
als kinderen,
geboren uit uw licht
om in uw land te wonen.
Daarom, met al uw boden,
uw dienaars en getuigen,
met engelen en profeten,
aartsvaders en apostelen,
met alle vurige geesten,
met alle brandende harten,
met al wie U zijn toegedaan,
verheffen wij onze stem
en zingen:
(15) door heel het jaar:
... omdat Gij de mensen voorgaat,
uw bedevaartsgemeente onderweg
naar de beloofde aarde,
als in een wolk en in een vuur
door Christus, onze Heer,
die alles heeft voleindigd
wat stond geschreven van oudsher:
het pascha van bevrijding,
de tocht in de woestijn,
alle beproeving en heel de geboorte
door uw Woord.
Daarom, met alle dienende geesten
en vurige harten,
met heel uw kerk
en wat adem heeft,
zingen wij U om zijnentwil:
Heilig, heilig, heilig,
o HEER van alle machten!
Hemel en aarde zijn vol
van uw heerlijkheid!
U komt de lof toe,
Gij allerhoogste!
Gezegend die daar komt
in de naam van de HEER,
Hosanna de Zoon van David!
(VERVOLG TAFELGEBED, KORTE VERSIE)
HEER, onze God, heilige Vader,
zo vieren wij, uw dienaars,
uw priesters, uw gemeente,
uit naam van al wat leeft
het geheim van uw heil
en het hart van uw schepping,
de komst van uw Zoon,
onze Heer Jezus Christus,
dat Hij mens is geworden,
dat Hij geleden heeft voor ons
en is gestorven,
dat Hij is opgestaan
en voorgegaan,
dat Hij verheven is,
ons hoofd in de hemel,
en met ons op aarde
gemeenschap houdt
in de dienst van zijn offer
bij het heilige brood
en de beker der dankzegging.
Want in de nacht dat Hij is overgeleverd,
heeft Hij het brood genomen
om het te breken en uit te delen
met de woorden:
Neemt en eet,
dit is mijn lichaam voor u,
doet dit tot mijn gedachtenis.
En evenzo na de maaltijd,
nadat Hij de drinkbeker genomen
en gedankt had:
Deze drinkbeker is het nieuwe verbond
in mijn bloed.
Laat hem onder u rondgaan
en doet dit, zo dikwijls gij die drinkt,
tot mijn gedachtenis.
Daarom, o HEER, onze God,
bidden wij U:
zend over ons uw Geest, die levend maakt,
bewaar ons bij uw Woord
en vermenigvuldig
de vrucht der gerechtigheid
in ons midden,
zodat uw lieve aarde bewoond wordt
in vrede en vreugde,
vandaag en alle dagen
en tot in eeuwigheid.
Amen.
(VERVOLG TAFELGEBED, LANGERE VERSIE)
O HEER God, heilige Vader,
zo vieren wij, uw dienaars,
uw priesters, uw gemeente,
uit naam van al wat leeft
het geheim van uw heil
en het hart van uw schepping,
de komst van uw Zoon,
onze Heer Jezus Christus,
dat Hij mens is geworden,
dat Hij geleden heeft voor ons
en is gestorven,
dat Hij is opgestaan
en voorgegaan,
dat Hij verheven is,
ons hoofd in de hemel,
en met ons op aarde
gemeenschap houdt
in de dienst van zijn offer
bij het heilige brood
en de beker der dankzegging.
Daarom, o God,
wees Gij zo goed
de tekens van ons aardse leven
aan te zien!
Gij hebt de gaven aangezien
van uw rechtvaardige dienaar Abel
en het offer aanvaard
van onze vader Abraham
en de wijn met het brood
van uw priester Melchizedek.
Neem dan ook aan,
zo bidden wij,
gaven uit onze handen
en zegen ons
en zend uw Geest,
dat wij deel krijgen aan
het lichaam van uw Zoon
en door zijn bloed
worden vervuld van uw genade.
Zo staan wij hier voor U,
één lichaam en één geest,
één doop en één gemeente,
met een beroep op Hem
die in de nacht
dat Hij werd overgeleverd,
brood nam, de zegen sprak
en het brood brak en zeide:
Dit is mijn lichaam
voor u, neemt en eet.
En evenzo na de maaltijd
nam Hij de beker, dankte U
en sprak:
Dit is de kelk
van het nieuwe verbond
in mijn bloed
dat voor u en zovelen
vergoten wordt,
neemt dan, drinkt allen daaruit,
doet het tot mijn
gedachtenis.
Want zo dikwijls gij dit brood eet
en de beker drinkt,
verkondigt gij de dood des Heren
totdat Hij komt!
Maranatha.
Amen.
Hierna volgt het Gebed des Heren (bladzijde 169-170)