15 ‘Met heel uw gemeente’
(Paastijd)
De HEER zij met u.
Zijn Geest in ons midden.
Heft uw harten omhoog.
Wij heffen ons hart op tot God.
Brengen wij dank aan de HEER, onze God.
Hij is het waard onze dank te ontvangen.
Ja, met recht en met reden, o God,
spreken wij onze lofzegging uit,
hier en nu, overal en altijd,
want wat geen oor nog gehoord,
en geen oog ooit gezien had,
wat in ons bange mensenhart
slechts vluchtig op kon komen,
als morgendauw die snel verdampt,
dat hebt Gij in die nacht bewerkt
die ons verhaald wordt door getuigen
van de eerste dag, het vroegste licht:
die nacht waarin Gij Jezus Christus
uit de doden hebt opgewekt.
Gij hebt de duisternis verdreven,
de aarde en al wat bestaat
hebt Gij voor ondergang behoed;
richting en zin hebt Gij gegeven
aan heel ons sterfelijk bestaan.
Daarom vieren en bezingen ook wij,
met de vrouwen als eerste getuigen
en met allen die hebben geloofd,
de dag die Gij, o HEER, hebt gemaakt.
En wij eren uw Naam met het lied
dat klinkt in hemel en op aarde:
Heilig, heilig, heilig,
o HEER van alle machten,
hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge!
Gezegend Hij die komt in de Naam van de HEER!
Hosanna in de hoge!
Ja, gezegend is Jezus, die met zijn komst
ons leven met uw Naam heeft verbonden
en met al wat daarin besloten ligt
aan mededogen, liefde en genade;
die de nieuwe mens geworden is,
uw beeld en uw gelijkenis,
de weg, de waarheid en het leven;
die, met ons verbonden voor het leven,
alle machten van de dood
voorgoed heeft verslagen,
die op de avond voor zijn dood
zijn liefde voor ons heeft bezegeld
met de tekenen van deze gaven,
toen Hij een brood nam,
de dankzegging daarover uitsprak,
het brak en aan de zijnen gaf
met de woorden:
Dit is mijn lichaam voor u;
doet dit tot mijn gedachtenis!
Ook toen Hij na de maaltijd de beker nam,
de dankzegging daarover uitsprak,
en die aan de zijnen gaf
met de woorden:
Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed;
doet dit, zo dikwijls ge die drinkt, tot mijn gedachtenis!
[Acclamatie]
Zo gedenken wij dan, grote God,
het geheim van de Gekruisigde,
Jezus Christus, de Rechtvaardige,
die Gij uit de dood hebt opgewekt.
Stort uw heilige Geest over ons uit,
dat wij allen mogen herleven
tot een nieuwe gemeenschap
van beweging en bewogenheid,
vruchtbaar in recht en vrede,
ranken van de ware wijnstok.
Samen met alle nu levenden
die wij aan U opdragen:
hen met wie wij vreugde beleven
en hen over wie wij zorgen hebben .....,
samen ook, lieve God, met onze doden,
die wij uit handen hebben moeten geven
en die wij voor U en elkaar gedenken .....,
en samen met alle geloofsgetuigen,
die onze gidsen zijn geweest
op weg naar het land van belofte .....,
zo, verenigd met heel uw gemeente,
al de uwen, in hemel en op aarde,
loven wij, God van liefde, uw Naam,
zegenen wij, God van genade, uw glorie,
en prijzen wij, God van belofte, uw trouw –
door Hem en met Hem en in Hem,
Jezus Christus, onze Heer,
die ons bijeen zal brengen in uw Rijk
waar wij om bidden met de woorden:
Onze Vader ...
Hier volgt het Gebed des Heren (bladzijde 169-170)