13 ‘Met heel uw gemeente’
(Epifanie)
De HEER zij met u.
Zijn Geest in ons midden.
Heft uw harten omhoog.
Wij heffen ons hart op tot God.
Brengen wij dank aan de HEER, onze God.
Hij is het waard onze dank te ontvangen.
Ja, met recht en met reden, o God,
spreken wij onze lofzegging uit,
hier en nu, overal en altijd,
want voorgoed en wereldwijd
hebt Gij ons en alle mensen
betrokken bij de zegening
die Gij ooit hebt uitgesproken
over Abraham en zijn geslacht.
Duisternis bedekte de aarde,
donkerheid de volkeren –
toen is uw heerlijkheid verschenen,
Sion straalde in uw licht;
haar zonen kwamen van verre,
haar dochters voegden zich bij haar,
geroepen tot nieuwe gemeenschap,
genodigd tot het grote feestmaal.
Daarom brengen wij U lof
en eren U, o Koning der wereld;
met engelen en aartsengelen,
met alle getuigen der eeuwen,
uit alle volkeren en naties,
van alle tongen en talen,
zingen wij U toe:
Heilig, heilig, heilig,
o HEER van alle machten,
hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge!
Gezegend Hij die komt in de Naam van de HEER!
Hosanna in de hoge!
Ja, gezegend is Jezus, die met zijn komst
ons leven met uw Naam heeft verbonden
en met al wat daarin besloten ligt
aan mededogen, liefde en genade;
die ons leven ten volle wilde delen
om alle gerechtigheid te volbrengen
en onze verlorenheid te dragen;
die bondgenoot van de armen wil zijn,
eerbewijs geeft aan de geringen
en de minsten der zijnen draagt in zijn hart;
die op de avond voor zijn dood
zijn liefde voor ons heeft bezegeld
met de tekenen van deze gaven,
toen Hij een brood nam,
de dankzegging daarover uitsprak,
het brak en aan de zijnen gaf
met de woorden:
Dit is mijn lichaam voor u;
doet dit tot mijn gedachtenis!
Ook toen Hij na de maaltijd de beker nam,
de dankzegging daarover uitsprak,
en die aan de zijnen gaf
met de woorden:
Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed;
doet dit, zo dikwijls ge die drinkt, tot mijn gedachtenis!
[Acclamatie]
Zo gedenken wij dan, grote God,
het geheim van de Gekruisigde,
Jezus Christus, de Rechtvaardige,
die Gij uit de dood hebt opgewekt.
Schenk ons, o HEER, nu uw Geest
van waarheid, licht en leven;
geef ons uw Geest overvloedig,
nu wij deze gaven ontvangen:
het brood uit de hemel,
de wijn van het koninkrijk.
Samen met alle nu levenden
die wij aan U opdragen:
hen met wie wij vreugde beleven
en hen over wie wij zorgen hebben .....,
samen ook, lieve God, met onze doden,
die wij uit handen hebben moeten geven
en die wij voor U en elkaar gedenken .....,
en samen met alle geloofsgetuigen,
die onze gidsen zijn geweest
op weg naar het land van belofte .....,
zo, verenigd met heel uw gemeente,
al de uwen, in hemel en op aarde,
loven wij, God van liefde, uw Naam,
zegenen wij, God van genade, uw glorie,
en prijzen wij, God van belofte, uw trouw –
door Hem en met Hem en in Hem,
Jezus Christus onze Heer,
die ons bijeen zal brengen in uw Rijk
waar wij om bidden met de woorden:
Onze Vader ...
Hier volgt het Gebed des Heren (bladzijde 169-170)