12 ‘Met heel uw gemeente’
(Kerst)
De HEER zij met u.
Zijn Geest in ons midden.
Heft uw harten omhoog.
Wij heffen ons hart op tot God.
Brengen wij dank aan de HEER, onze God.
Hij is het waard onze dank te ontvangen.
Ja, met recht en met reden, o God,
spreken wij onze lofzegging uit,
hier en nu, overal en altijd,
want Gij hebt in uw ontferming
van zeer hoog naar ons omgezien
tot in de diepte van ons bestaan.
Groots hebt Gij gehandeld
in de geboorte van het kind
dat ‘heil der wereld’ wordt genoemd,
maar ook: ‘minste der mensen’.
Zo hebt Gij wat laag is verheven,
het geringe hoog geacht.
Daarom bezingen wij het licht
dat over de wereld is opgegaan
en de duisternis verjagen zal,
en wij voegen ons in het koor
van engelen en aartsengelen,
van al uw boden van vrede en vreugde,
als wij U met de lofzang eren:
Heilig, heilig, heilig,
o HEER van alle machten,
hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge!
Gezegend Hij die komt in de Naam van de HEER!
Hosanna in de hoge!
Ja, gezegend is Jezus, die met zijn komst
ons leven met uw Naam heeft verbonden
en met al wat daarin besloten ligt
aan mededogen, liefde en genade;
die ons levenslicht geworden is,
de zon van gerechtigheid,
die de doodsschaduw verjaagt;
die ons de weg naar U heeft gebaand
en ons zo een toekomst heeft gegeven
van geborgenheid voorgoed bij U;
die op de avond voor zijn dood
zijn liefde voor ons heeft bezegeld
met de tekenen van deze gaven,
toen Hij een brood nam,
de dankzegging daarover uitsprak,
het brak en aan de zijnen gaf
met de woorden:
Dit is mijn lichaam voor u;
doet dit tot mijn gedachtenis!
Ook toen Hij na de maaltijd de beker nam,
de dankzegging daarover uitsprak,
en die aan de zijnen gaf
met de woorden:
Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed;
doet dit, zo dikwijls ge die drinkt, tot mijn gedachtenis!
[Acclamatie]
Zo gedenken wij dan, grote God,
het geheim van de Gekruisigde,
Jezus Christus, de Rechtvaardige,
die Gij uit de dood hebt opgewekt.
Zend, bidden wij, uw heilige Geest
over ons die deze gaven ontvangen
als tekenen van uw welbehagen in ons.
En doordring met uw Geest deze aarde,
die Gij bestemd hebt tot leven in vrede
voor mensen van uw welbehagen.
Samen met alle nu levenden
die wij aan U opdragen:
hen met wie wij vreugde beleven
en hen over wie wij zorgen hebben .....,
samen ook, lieve God, met onze doden,
die wij uit handen hebben moeten geven
en die wij voor U en elkaar gedenken .....,
en samen met alle geloofsgetuigen,
die onze gidsen zijn geweest
op weg naar het land van belofte .....,
zo, verenigd met heel uw gemeente,
al de uwen, in hemel en op aarde,
loven wij, God van liefde, uw Naam,
zegenen wij, God van genade, uw glorie,
en prijzen wij, God van belofte, uw trouw –
door Hem en met Hem en in Hem,
Jezus Christus, onze Heer,
die ons bijeen zal brengen in uw Rijk
waar wij om bidden met de woorden:
Onze Vader ...
Hier volgt het Gebed des Heren (bladzijde 169-170)